Deel 1.
Ik zit in mijn kamer. Buiten druppelt de regen langs de bladeren op de grond. Mijn raam staat een stukje open. Een koele wind waait langs mijn gezicht. Ik denk na. Over alles wat er gebeurde. En over wat er gaat gebeuren. Wat is geweest en wat nog geweest moet worden. Wat geweest is is duidelijk. Het is gebeurd. Het staat in herrinneringen opgeslagen. Wat nog geweest moet worden is nog onduidelijk. Onvoorspelbaar. Het is nog niet gebeurd. Toch kan je erover nadenken. Je eigen verhaal verzinnen. Kijken wat logisch is. Maar er zijn altijd veranderingen, onverwachte veranderingen in je plan. En dat is goed. Je kunt je leven niet plannen. De onverwachte veranderingen maken je, geven je ervaringen. Dat is niet leuk en dat wel. Dat vind ik fijn en dat vind ik niet fijn. Je kunt leren wat je wilt, waar je van houdt. Wat jij leuk vind. Wie je bent.
Ik was ergens. Ik ervoer iets. Ik dacht erover na. Vind ik dit fijn? Vind ik dit leuk? Voel ik mij goed, ben ik gelukkig? Dat is belangrijk, je gelukkig voelen, blij zijn met wie je bent, hoe je bent en wat je doet. Ik kwam erachter dat ik het niet fijn vond. Ik veranderde mijn plan. Zorgde ervoor dat ik me wel weer fijn voelde. Dat voelde goed, mijn eigen plan maken en er verandering inbrengen, omdat je erachter komt dat het eigenlijk geen goed plan was. Toegeven dat iets anders beter is voor je.
Gevoel is iets speciaals. Je gevoel vertelt je iets. Of je gelukkig bent. Als je je boos of verdrietig voelt dan betekent dat niet dat je niet meer gelukkig bent, het betekent alleen dat je op dat moment niet zo blij bent met een verandering. Niets bestaat om te blijven. Maar, als het gevoel te lang blijft hangen voor jou gevoel, dan klopt er iets niet. Dan moet je weer kijken in je plan. Er verandering inbrengen, zodat het weer goed gaat voelen. Nu voelt het goed. Nu ben ik gelukkig.
